Communicatiewetenschap

Als je wist dat artsen hun vakliteratuur op dezelfde manier bijhielden als communicatieprofessionals, durfde je dan nog naar het ziekenhuis? Ik niet. 76 peer reviewed tijdschriften geven jaarlijks 380 edities uit over communicatiewetenschap. Ik doe hier verslag van de academische publicaties die mijn aandacht trekken.

Eudaimonie en poignancy: gemengde gevoelens over mediapsychologie

Wie een diepzinnige videoclip ziet waarvan hij zowel blij wordt als verdrietig, neemt daarna volwassener beslissingen. Die conclusie kwam ik in januari 2016 tegen in Communication Research. Drie mediapsychologen komen ertoe nadat ze 167 mensen korte video’s toonden en daarna vragenlijsten lieten invullen over de emoties die de video opriep en over wat ze zouden kiezen: direct een bedrag ontvangen of wachten en een groter bedrag krijgen. Wie een video had gezien met een diepzinniger verhaallijn koos daarna vaker voor de optie ‘uitgestelde beloning’: iets wat ze in de psychologie positief in verband brengen met volwassenheid en negatief met risicovol en onveilig handelen.

Poignancy
Hun verklaring: een diepzinnige verhaallijn roept poignancy op, gemengde gevoelens van vreugde en verdriet. Poignancy heeft te maken met het herkennen en accepteren van vergankelijkheid, het verstrijken van de tijd en de kwetsbaarheid van het leven. Het ervaren van poignancy beïnvloedt keuzegedrag dat in eerder onderzoek in verband wordt gebracht met een volwassener perspectief.

Mediapsychologie
Mediapsychologie is een vakgebied dat bij mij gemengde gevoelens oproept. Enthousiasme omdat ik invloed van media op de menselijke psyche machtig interessant vind. Ik voel me vaak gerustgesteld, getroost of opgevrolijkt door de gedachten van grote geesten verpakt in boeken of films. En van Twitter krijg ik de zenuwen. Ik fantaseer ook graag over het samenstellen van een mediadieet dat de geestelijke gezondheid bevordert.

Maar hoewel het onderwerp van de mediapsychologie me boeit, heb ik twijfels over de ‘waarheden’ die geponeerd worden in dit soort onderzoek. Ik ben er niet van overtuigd dat je vage constructen als een eudaimonische narratief, een gemengd gevoel van vreugde en verdriet en geestelijke ontwikkeling nauwkeurig kunt meten, laat staan dat je veronderstelde verbanden ertussen hard kunt maken – en dat is wel wat mediapsychologen pretenderen te doen.

Echte mensen
Echte mensen zijn een probleem omdat ze allemaal verschillen. In november 2015 stond in Cell een artikel over een uitgebreide studie naar de invloed van voedingsmiddelen op de bloedsuikerspiegel. En wat bleek: de één zijn bloedsuiker steeg enorm van tomaten, bij de ander steeg hij wel van sushi maar niet van ijs. En dan kun je zowel de samenstelling van het voedingsmiddel als de waarde van de bloedsuikerspiegel exact vaststellen: probeer dat maar eens met ‘eudaimonische narratief’ en de toestand van de menselijke psyche. 

Een ander probleem zijn digitale vragenlijsten met vragen naar hypothetische gebeurtenissen. In dit onderzoek wordt met een vraag over een denkbeeldige financiële beloning ‘gemeten’ dat er een verband is tussen het zien van een videoclip en volwassenheid. De vraag is vergelijkbaar met die van opiniepeilers: ‘stel dat er nu verkiezingen zouden zijn…’ Uit de discrepanties tussen verkiezingsuitslagen en de polls weten we dat mensen in werkelijkheid altijd anders kiezen. En in het geval van dit onderzoek hangt er aan het antwoord ook nog een claim vast: de keuze voor uitgestelde beloning betekent dat je een geestelijk volwassener perspectief hebt. Op mij komt zoiets over als waarzeggerij, alsof Maurice de Hond stelt dat ik VVD’er ben omdat ik in zijn verkiezingspoll zei dat ik groen een mooiere kleur vind dan rood.

Emoties scoren
En dan nog iets over statistiek bedrijven met ‘gemengde gevoelens van vreugde en verdriet’. Ik heb een hersenziekte die me kwetsbaar maakt voor heftige episodes van verstoorde emotionele reacties. Om daar grip op te houden scoor ik dagelijks vier emoties (depression, elevation, irritability, anxiety) op een vierpuntsschaal. Voor mijn doel is dit een werkbare methode, maar hoewel ik inmiddels zelfs de kleinste verschuiving in mijn gemoed signaleer, blijf ik het ‘juist’ registreren ervan vaak lastig vinden.

Als je bedenkt dat het al lastig is om één emotie te isoleren en becijferen, kun je wel nagaan dat een combinatie van twee emoties helemaal moeilijk te meten is. Wat moet je doen: optellen? Gemiddelde nemen? De onderzoekers zeggen: poignancy is de combinatie van vreugde en verdriet, we nemen de laagste score en dat is de poignancy-waarde. Ik kan die gedachtegang niet volgen: volgens mij ben je dan met een onzinscore aan het rekenen.

N = 1
Maar goed, een beetje mediapsycholoog kan mijn bezwaren vast gemakkelijk weerleggen. Het is hoe dan ook een mooi onderwerp, en ik ben blij dat ik nu een nieuwe invulling van het woord ‘poignancy’ ken. Wat ze bedoelen ervaar ik dagelijks, maar ik had het woord met die betekenis nog nooit gehoord. Ik kom het ineens ook overal tegen. Tot besluit daarvan een paar voorbeelden.

“Xerxes keek naar zijn onmetelijk grote leger dat de Hellespont overstak om tegen Griekenland op te trekken. Aanvankelijk sprong zijn hart verheugd op bij de aanblik van zoveel duizenden mannen die hem dienden, en blijdschap en vreugde stonden op zijn gezicht te lezen. Maar toen meteen daarop de gedachte bij hem opkwam dat al die levens binnen hooguit een eeuw verloren zouden zijn, fronste hij zijn voorhoofd, en van droefheid sprongen de tranen in zijn ogen.” (Montaigne)

Bovenstaand voorbeeld geeft Montaigne in zijn essay ‘Wij lachen en huilen om hetzelfde’. Hij betoogt dat onze geest een gebeurtenis vrijwel gelijktijdig van verschillende kanten kan bezien, en dat we daarom tegelijk bijvoorbeeld vrolijk en droevig kunnen zijn. Montaigne vindt dat we al die gevoelens die op elkaar volgen niet onder een noemer moeten willen brengen: ze komen voort uit de verschillende rollen die we spelen.

“I’m so happy, I can’t stop crying.” (Sting)

“The peculiar mix of gratitude and disappointment she always felt with Boy Number Two settled in her joints like the beginnings of flu.” (Lorrie Moore)

“When I’m happy, I’m sad, but everything’s good. It’s not that complicated, I’m just misunderstood.” (Pink)

Over het artikel

Be Sociable, Share!

Comments are closed.

© 2011 TU Delft